Bouwen voor de toekomst begint bij wat er al staat en gebruiken wat je al hebt. Dat is de rode lijn in deze editie van Bouwwereld. De Nieuwe Meent in Amsterdam-Oost laat bijvoorbeeld zien hoe ver je kunt komen met een circulaire CLT-hoofddraagconstructie en prefab hsb-gevels: 450.000 kg CO₂ opgeslagen in het casco. Architect Jouke Sieswerda, selecteerde dit gebouw voor de rubriek Supergaaf.
De Wanmolen in Zetten zet ook een grote stap, met 31 procent bestaand of geoogst materiaal, 25 procent biobased materiaal en de hoofddraagconstructie die ruimschoots voldoet aan de Paris Proof-eisen. Inclusief biogene koolstofopslag komt het gebouw zelfs op 26 procent van de limietwaarde. Dat bereik je alleen met tomeloze inzet en creativiteit van opdrachtgever, architect, constructeur en aannemer.
Sandra Nap en Chantal van Schaik van Holland Houtland stellen een ongemakkelijke vraag: is dit genoeg? Het CO₂-budget voor de bouw is immers bijna op. Zelfs volledig biobased en circulair bouwen is niet genoeg zolang we nieuwbouw realiseren waarvoor we nieuwe wegen, riolering en infrastructuur moeten aanleggen. Dat zijn emissies die niet meetellen in de MPG, maar die er wel zijn. Hun visie: benut de bestaande gebouwenvoorraad beter door optoppen, splitsen en transformeren.
De transformatie van het acht eeuwen oude Tivoli-complex in Utrecht naar hotel, restaurant en kinderdagverblijven, past binnen deze visie. Bovendien laat deze transformatie zien dat een monumentaal ensemble verduurzaamd kan worden van energielabel G naar A.
Ook op productniveau moet de omslag worden gemaakt. Dat bewijst Pretty Plastic met de introductie van de Second High-tegel: gemaakt uit gerecycled pvc van voornamelijk gedemonteerde kozijnen, gemonteerd met een bevestigingssysteem van gerecycled aluminium.
De weg naar concrete duurzaamheid is niet altijd gemakkelijk en vraagt om samenwerking, creativiteit en maatwerk. Leer van de voorlopers in deze editie.
Wouter de Vries / hoofdredacteur








